DE JAREN ’70 EN ’80

4 september 2026

DOORGEZAAGDE DOELPALEN, EEN STEDELIJK STADION, EEN ONTPLOFFING EN DAVERENDE TV-BEELDEN

video

Bij het begin van het seizoen 1970-1971 bracht de club haar huis op orde. Naast het veld ging daarbij ook de nodige aandacht naar de uitbouw van het stadion. Conform de vereisten van de liga zorgde men voor een volledig nieuwe lichtinstallatie (180 lux) werd uitgerust, die het mogelijk zou maken om avondwedstrijden te spelen. De officiële inwijding van de verlichting stond gepland bij een voorbereidingsmatch tegen F.C. Luik in augustus, maar de kunstverlichting werd een maand eerder al getest bij een oefenpot tegen Helmond Sport.

Toch bleek dat er Truienaren waren die graag nog wat meer vernieuwing zagen op Staaien, in de ochtend van 14 september 1970 kon terreinverzorger Pierre Vandervoort zijn ogen niet geloven toen hij op het speelveld kwam: er waren geen goals meer! Op de plaats waar ze gestaan hadden, lagen alleen de omgezaagde houten balken. Meester Smeets werd als afgevaardigde van het bestuur ter plaatse geroepen en haalde er op zijn beurt de politie bij voor een klacht tegen onbekenden. Toch tilde men bij S.T.V.V. niet al te zwaar aan de zaak, omdat vroeg of laat de oude, al herhaaldelijk opgelapte goals toch eens moest vervangen worden door moderne, aan het nieuwe stadion aangepaste ijzeren doelen en dat wisten de daders natuurlijk ook. Bovendien had men vijf dagen tijd om de nieuwe goals aan te brengen vóór de eerste competitiewedstrijd bij kunstlicht tegen Racing-White op zaterdagavond. Die première bleek ook een voltreffer, want met 15.000 toeschouwers voor een wedstrijd die toch niet echt een kaskraker was, overtrof de belangstelling alle verwachtingen.

In 1972 kreeg het stadion een perslokaal onder de zittribune en werden ook de kleedkamers vernieuwd. Omdat men budgettair een gezond beleid wilde voeren en de toeschouwersaantallen daarvoor nog lichtjes moesten stijgen, zette de club vóór aanvang van het seizoen 1973-1974 verder in op de populair gebleken zaterdagavondwedstrijden en dus werd de lichtsterkte nog met vijftig procent naar omhoog gebracht, maar zorgde men ook voor meer comfort op Staaien, waar nu een overdekte plaats voorzien was voor ongeveer 12.000 toeschouwers. Dat seizoen zou echter de groei van de club hypothekeren, want de degradatie naar tweede klasse was het eindresultaat en dat bracht ook een halt de verdere uitbouw van Staaien.

Bij het begin van de jaren ’80 was Staaien daardoor ook al enkele jaren getuige van tweedeklassevoetbal en dat veroorzaakte niet enkel sportieve zorgen voor S.T.V.V., maar bracht dat ook financiële moeilijkheden mee voor de club, waar men de supportersschare had zien slinken, terwijl de spelersonkosten bleven groeien. Om het gat van om en bij de tien miljoen Belgische frank te dichten, zocht men naar een kapitaalkrachtige sponsor, maar er werd vooral naar het stadsbestuur gekeken. De club had namelijk een plan uitgedokterd om Staaien, dat officieel geschat werd op 23,5 miljoen frank, te verkopen aan de stad, die beschikte over een buitengewone begroting van om en bij het half miljard. De aanvraag van de club voor overname van de installaties werd officieel ingediend op de gemeenteraad van 24 maart 1980. Het had uiteindelijk heel wat voeten in de aarde voor men het daar eens geraakte, maar onder impuls van burgemeester Cleeren sprak de gemeenteraad zich op 11 augustus 1980 dan uiteindelijk toch positief uit over de aankoop van het S.T.V.V.-terrein en de accommodaties. Met de steun van Freddy Vreven in oppositiepartij P.V.V. werd beslist om hiervoor een globaal bedrag van 19 miljoen Belgische frank uit te trekken, hetgeen de club meteen zou verlossen van de intussen tot 15 miljoen opgelopen schuld. Het onderhoud van Staaien viel wel ten laste vallen S.T.V.V. gedurende heel de duur van het 27-jarige huurcontract, met een huurprijs van 350.000 fr. per jaar.

Voortaan werd er in Sint-Truiden dus in het Stedelijk Stadion Staaien gevoetbald. Enkele jaren later zorgde de club voor een verdere modernisering van de site. Aan het einde van het seizoen 1983-1984 begon S.T.V.V. namelijk met de bouw van een nieuwe kantine. Het complex met een lengte van 36 meter en een breedte van 9 meter herbergde ook de nieuwe loketten, na de afbraak van de oude, links van de ingang. Met de ruimere kantine kon men de fans op een aangename en comfortabele manier ontvangen voor, tijdens en na de wedstrijd. Een klein gedeelte van de onoverdekte staanplaatsen achter het doel aan de kant van de steenweg moesten wijken voor de bouw van de kantine, maar boven in het nieuwe gebouw kon de wedstrijd gevolgd worden achter brede ramen.

De nieuwe, grote kantine en loketten aan de kant van de Tiensesteenweg waren nog maar net in gebruik genomen toen het tijdens de openingsmatch van de competitie in tweede klasse knalde op Staaien. En dat viel letterlijk te nemen. Een thuisderby tegen Sporting Hasselt was altijd wel pittig, maar niemand kon vermoeden dat op 31 augustus 1985 de sensatie van buiten de krijtlijnen zou komen. De wedstrijd was een uur ver en leek bij een 2-0 stand voor de Kanaries al in een definitieve plooi te liggen, toen plots enkele beangstigende knallen en een laaiende vuurhaard voor opschudding zorgden. Aan het eind van de overdekte staantribune aan de oostzijde, in het hoekje aan de kant van de spoorweg waren enkele gasflessen ontploft in een hotdogkraampje. De brand die erop volgde, legde heel het kraampje in de as. De scheidsrechter diende de derby stop te zetten omwille van de rookontwikkeling, maar vooral om de brandweerauto’s toegang tot het terrein te geven voor de bluswerken. Gelukkig was de eindbalans niet dramatisch en moest enkel de hotdogverkoper met lichte verwondingen aan hoofd en handen naar het ziekenhuis worden gebracht. De bal ging na een korte onderbreking weer aan het rollen en de wedstrijd eindigde met een 2-0 overwinning, maar de rivalen uit Hasselt grepen de ontploffing op Staaien wel nog aan om klacht in te dienen. Daarbij werd verwezen naar het reglement dat stelde dat een wedstrijd niet meer hervat mocht worden als die langer dan tien minuten had stilgelegen, maar Sporting Hasselt haalde uiteindelijk zijn slag niet thuis en de eindstand bleeft behouden.

Een jaar later kreeg Staaien, met dank aan de businessverening Club ’86 voor het eerst een elektronisch scorebord. De traditionele ‘bordjesman’ werd dus vanaf dan technisch werkloos. Verdere vernieuwingen volgden dan weer na de promotie van S.T.V.V. naar eerste klasse in 1987:

herstellingen, aanpassingen van de staan- en zittribunes met compartimentering, een stabiliteitsstudie, verbeteringen aan toegangs- en vluchtwegen, aanpassingen aan verlichting, noodverlichting en de sanitaire installaties. Alles werd aangepast en verfraaid voor een kostenplaatje van grosso modo 12 miljoen Belgische franken exclusief BTW. De grootste aanpassing was echter de omheining van het veld. Die werd geplaatst in aanloop naar de topper tegen Club Brugge in oktober 1987. Bij de eerste risicowedstrijd van het seizoen stond er voor het eerst een afrastering tussen de tribunes en het veld.

De stabiliteitswerken bleken trouwens niet voldoende bestand tegen het enthousiasme van de Truiense fans, die na 13 jaar tweede klasse het voetbal op het hoogste niveau opnieuw verwelkomden met een zuiderse sfeer. De tv-camera’s die op een platform centraal boven in de zittribune stonden, dansten mee op het ritme en zorgden ervoor dat de kijkers van Sportweekend in de voetbalsamenvattingen van het weekend trillende beelden te zien kregen bij elk doelpunt van S.T.V.V.

Medeverantwoordelijk voor zoveel pandemonium waren de zogenaamde ‘platenkloppers’ van Staaien. Zij zetten een decennialange traditie voort door met overgave te bonken op golfplaten aan de achterkant van de zittribune om hun hun ploeg mee aan te jagen en elke ST.V.V. goal te vieren, maar veroorzaakten ook heel wat trillingen waar de Tv-camera’s niet tegen bestand waren. Het lawaai dat het publiek op Staaien maakte, zorgde er ook voor dat S.T.V.V. thuis een moeilijk te kloppen ploeg was en dat men weer sprak over de Hel van Staaien.

Na de promotie zocht men bij S.T.V.V. aan het eind van de jaren tachtig na lange tijd nog eens naar een manier om de capaciteit uit te breiden en dus begon men bij aanvang van het seizoen 1989-1990 aan de bouw van een nieuwe zittribune boven de staanplaatsen aan de spoorwegkant. Die werd ASLK-tribune gedoopt omwille van de steun die deze financiële instelling verleend had aan het project. Na de constructie bleek trouwens dat één van de zuilen 60 centimeter op het grondgebied van de spoorwegen stond, zodat de situatie moest worden geregulariseerd, maar uiteindelijk werden de 800 nieuwe zitplaatsen in gebruik genomen bij de thuiswedstrijd tegen Anderlecht op de 10e speeldag op 30 september 1989. Het scorebord verhuisde door de installatie van de nieuwe tribune van centraal achteraan aan de gradins naar de zijkant tussen de ALSK-tribune en de overdekte staantribune in de lengte van het veld. De nieuwe tribune zou later in de jaren ’90 nog omgedoopt worden tot Jonagoldtribune en rond de eeuwwisseling een plaatsje in de geschiedenis opeisen als de plek waar op initiatief van de S.T.V.V.-fans de sfeer op Staaien nieuw leven werd ingeblazen.

DE JAREN ’90 EN DE EEUWWISSELING: OVER HOB-UNITS, VLAAIEN OP STAAIEN EN WEER EEN NIEUWE TRIBUNE

Met de bouw van de ASLK-tribune in 1989 kwam er geen einde aan de plannen van het S.T.V.V.-bestuur om de accommodatie verder te ontwikkelen. Men dacht binnen de club ook verder na over voorzieningen voor businessrelatie. Op dat vlak zaten de stad Sint-Truiden, als eigenaar van Staaien, en de club echter niet op dezelfde golflengte. Burgemeester Jef Cleeren had grootse plannen en wilde graag een volledig nieuw stadion bouwen op het Speelhof, terwijl het clubbestuur zich al tevreden toonde met 400 business seats op het huidige Staaien.

Daar kwam voorlopig echter niets van in huis, want op 19 mei 1991 liep het sportief fout voor S.T.V.V. Het verloren degradatieduel tegen de nieuwe aartsrivaal Racing Genk bracht niet enkel een spoor van vernieling door de bezoekende fans met zich mee, maar de daarmee gepaard gaande degradatie zorgde er ook voor dat plannen voor een verdere ontwikkeling van Staaien de koelkast ingingen.

Bij de sportieve heropleving in 1994, in volle titelrace in tweede klasse, besliste de club

op de bovenverdieping van de grote kantine aan de Tiensesteenweg, met zicht op het veld, een aantal business seats te installeren. Het ‘Kribbeke’ was geboren en vormde de aanzet van het business-gerelateerde gebeuren op Staaien. Toen de promotie uiteindelijk ook een feit werd, bleek de noodzaak om het bedrijfsleven een plek op Staaien te geven heel groot in het kader van de verdere professionalisering van de club. Als reactie haalde Jef Cleeren opnieuw de plannen voor een nieuw stadion op het Speelhof naar boven, maar het schepencollege keurde naast de nodige herstellingwerken op Staaien ook de bouw van 250 business seats goed. De stad nam bovendien de tot Jonagoldtribune omgedoopte ASLK-tribune over, die de club eerder aan de spoorwegkant voor 12 miljoen frank had gebouwd en kende S.T.V.V. een renteloze lening van 25 miljoen frank toe. De twee blokken business seats werden op korte tijd geplaatst recht boven de overdekte staantribune in de lengte van het veld. Deze prefab gebouwen, zogenaamde HOB-units werden ingericht om sponsors en zakenrelaties beter te kunnen ontvangen en werden voor het eerst in gebruik genomen bij de thuiswedstrijd tegen Anderlecht op 19 november 1994.

In 1997 besloot S.T.V.V. als eerste club in de Belgische hoogste klasse bovendien de omheining van de overdekte staantribune voor de thuissupporters te verwijderen om het comfort en de zichtbaarheid te verhogen.

Op en rond Staaien viel er naast het voetbal ook regelmatig iets te beleven, met de allereerste Opendeurdag op 29 juli 1995, afgesloten met een wedstrijd tussen S.T.V.V. en het Griekse Xanthi, en een wel heel opmerkelijk initiatief ter afsluiting van het seizoen 1999-2000. In de marge van het voetbal kwamen een aantal supportersclubs op het idee een koe los te laten op het veld van S.T.V.V., dat ingedeeld werd in 2.000 vakken. De supporter die het juiste vakje gekocht had waar Bella de koe haar gevoeg deed, was meteen een auto rijker… Vlaaien op Staaien werd het initiatief gedoopt dat zijn inspiratie vond bij gelijkaardige evenementen in de lagere voetbalreeksen in Vlaanderen.

De meest spraakmakende ontwikkeling voor de Truiense voetbalgemeenschap op Staaien was uiteraard de oprichting van Sector-L begin 2001. Bij de thuiswedstrijd tegen AA Gent hadden een aantal fans had het initiatief genomen om de sfeermakers te verzamelen en enthousiaste jongeren aan te trekken om de supportersbeleving en de sfeer in het stadion te verbeteren. Plaats van afspraak was in Vak L, achter het doel aan de spoorwegkant onder de Jonagoldtribune…Sector L was geboren en zou uitgroeien tot een vaste waarde in supporterskringen. Later zou de sfeergroep nog verhuizen naar de zittribune boven het vak waar men zich voor het eerste verenigde, maar de bijdrage die de supportersbeweging leverde om de reputatie van Staaien als een kolkende thuisarena nieuw leven in te blazen, was niet te onderschatten.

Op de site zelf was er ondertussen als een nieuwe receptiezaal gebouwd en volgden ook nog, een ruimer perslokaal en de nodige kantoorruimte achter de zittribune in de lengte van het speelveld.

Voor de verdere modernisering was het bestuur eerder al begonnen met een werkgroep onder de naam ‘Staaien 2000’. Het streefdoel om tegen die datum een vernieuwde voetbaltempel klaar te hebben bleek niet haalbaar en dus keek men in 2000 bij een studie van KPMG over de professionalisering van de club ook weer naar een nieuwe locatie. Daarbij worden zowel het vliegveld van Brustem als het Speelhof vernoemd als mogelijke nieuwe thuisbasis van de Kanaries, maar uiteindelijk bleek een nieuw stadion financieel niet haalbaar en koos men voor de renovatie van Staaien, dat op vijf jaar tijd zou worden omgebouwd tot een complex met 14.000 zitjes. In een eerste fase zou de staantribune in de lengte van het veld plaats maken voor een nieuwe zittribune. Streefdatum was de start van het seizoen 2003-2004 en dus werd er in de zomer van 2003 met man en macht gewerkt aan de afwerking van die nieuwe tribune, met met 5.000 plaatsen. Tegelijkertijd werd de oude zittribune aan de overkant opgeknapt en het speelveld met vier meter in de breedte vergroot. Aan de nieuwe tribune en aan de Tiensesteenweg kon uitbreiding opgevangen worden door het verplaatsen van grond en het uitrollen van grasmatten. Voor de Jonagoldtribune gebeurde dat niet, met als resultaat een ophoping in het speelveld, waar men al snel naar verwees als “de bult van Staaien”.

De hele geel-blauwe familie keek alvast uit naar de allereerste wedstrijd in het vernieuwde Staaien. De competitiewedstrijd tegen Westerlo op 30 augustus (0-0) werd voorafgegaan door de traditionele fandag, die iedereen de kans schonk kennis te maken met het vernieuwde stadion. Op dat ogenblik kon men nog niet vermoeden dat de financiële last van de bouw van die tribune gevolgen zou hebben die de toekomst en de structuur van de club grondig zouden veranderen …