Bij het begin van het seizoen 1970-1971 bracht de club haar huis op orde. Naast het veld ging daarbij ook de nodige aandacht naar de uitbouw van het stadion. Conform de vereisten van de liga zorgde men voor een volledig nieuwe lichtinstallatie (180 lux) werd uitgerust, die het mogelijk zou maken om avondwedstrijden te spelen. De officiële inwijding van de verlichting stond gepland bij een voorbereidingsmatch tegen F.C. Luik in augustus, maar de kunstverlichting werd een maand eerder al getest bij een oefenpot tegen Helmond Sport.
Toch bleek dat er Truienaren waren die graag nog wat meer vernieuwing zagen op Staaien, in de ochtend van 14 september 1970 kon terreinverzorger Pierre Vandervoort zijn ogen niet geloven toen hij op het speelveld kwam: er waren geen goals meer! Op de plaats waar ze gestaan hadden, lagen alleen de omgezaagde houten balken. Meester Smeets werd als afgevaardigde van het bestuur ter plaatse geroepen en haalde er op zijn beurt de politie bij voor een klacht tegen onbekenden. Toch tilde men bij S.T.V.V. niet al te zwaar aan de zaak, omdat vroeg of laat de oude, al herhaaldelijk opgelapte goals toch eens moest vervangen worden door moderne, aan het nieuwe stadion aangepaste ijzeren doelen en dat wisten de daders natuurlijk ook. Bovendien had men vijf dagen tijd om de nieuwe goals aan te brengen vóór de eerste competitiewedstrijd bij kunstlicht tegen Racing-White op zaterdagavond. Die première bleek ook een voltreffer, want met 15.000 toeschouwers voor een wedstrijd die toch niet echt een kaskraker was, overtrof de belangstelling alle verwachtingen.
In 1972 kreeg het stadion een perslokaal onder de zittribune en werden ook de kleedkamers vernieuwd. Omdat men budgettair een gezond beleid wilde voeren en de toeschouwersaantallen daarvoor nog lichtjes moesten stijgen, zette de club vóór aanvang van het seizoen 1973-1974 verder in op de populair gebleken zaterdagavondwedstrijden en dus werd de lichtsterkte nog met vijftig procent naar omhoog gebracht, maar zorgde men ook voor meer comfort op Staaien, waar nu een overdekte plaats voorzien was voor ongeveer 12.000 toeschouwers. Dat seizoen zou echter de groei van de club hypothekeren, want de degradatie naar tweede klasse was het eindresultaat en dat bracht ook een halt de verdere uitbouw van Staaien.
Bij het begin van de jaren ’80 was Staaien daardoor ook al enkele jaren getuige van tweedeklassevoetbal en dat veroorzaakte niet enkel sportieve zorgen voor S.T.V.V., maar bracht dat ook financiële moeilijkheden mee voor de club, waar men de supportersschare had zien slinken, terwijl de spelersonkosten bleven groeien. Om het gat van om en bij de tien miljoen Belgische frank te dichten, zocht men naar een kapitaalkrachtige sponsor, maar er werd vooral naar het stadsbestuur gekeken. De club had namelijk een plan uitgedokterd om Staaien, dat officieel geschat werd op 23,5 miljoen frank, te verkopen aan de stad, die beschikte over een buitengewone begroting van om en bij het half miljard. De aanvraag van de club voor overname van de installaties werd officieel ingediend op de gemeenteraad van 24 maart 1980. Het had uiteindelijk heel wat voeten in de aarde voor men het daar eens geraakte, maar onder impuls van burgemeester Cleeren sprak de gemeenteraad zich op 11 augustus 1980 dan uiteindelijk toch positief uit over de aankoop van het S.T.V.V.-terrein en de accommodaties. Met de steun van Freddy Vreven in oppositiepartij P.V.V. werd beslist om hiervoor een globaal bedrag van 19 miljoen Belgische frank uit te trekken, hetgeen de club meteen zou verlossen van de intussen tot 15 miljoen opgelopen schuld. Het onderhoud van Staaien viel wel ten laste vallen S.T.V.V. gedurende heel de duur van het 27-jarige huurcontract, met een huurprijs van 350.000 fr. per jaar.
Voortaan werd er in Sint-Truiden dus in het Stedelijk Stadion Staaien gevoetbald. Enkele jaren later zorgde de club voor een verdere modernisering van de site. Aan het einde van het seizoen 1983-1984 begon S.T.V.V. namelijk met de bouw van een nieuwe kantine. Het complex met een lengte van 36 meter en een breedte van 9 meter herbergde ook de nieuwe loketten, na de afbraak van de oude, links van de ingang. Met de ruimere kantine kon men de fans op een aangename en comfortabele manier ontvangen voor, tijdens en na de wedstrijd. Een klein gedeelte van de onoverdekte staanplaatsen achter het doel aan de kant van de steenweg moesten wijken voor de bouw van de kantine, maar boven in het nieuwe gebouw kon de wedstrijd gevolgd worden achter brede ramen.
De nieuwe, grote kantine en loketten aan de kant van de Tiensesteenweg waren nog maar net in gebruik genomen toen het tijdens de openingsmatch van de competitie in tweede klasse knalde op Staaien. En dat viel letterlijk te nemen. Een thuisderby tegen Sporting Hasselt was altijd wel pittig, maar niemand kon vermoeden dat op 31 augustus 1985 de sensatie van buiten de krijtlijnen zou komen. De wedstrijd was een uur ver en leek bij een 2-0 stand voor de Kanaries al in een definitieve plooi te liggen, toen plots enkele beangstigende knallen en een laaiende vuurhaard voor opschudding zorgden. Aan het eind van de overdekte staantribune aan de oostzijde, in het hoekje aan de kant van de spoorweg waren enkele gasflessen ontploft in een hotdogkraampje. De brand die erop volgde, legde heel het kraampje in de as. De scheidsrechter diende de derby stop te zetten omwille van de rookontwikkeling, maar vooral om de brandweerauto’s toegang tot het terrein te geven voor de bluswerken. Gelukkig was de eindbalans niet dramatisch en moest enkel de hotdogverkoper met lichte verwondingen aan hoofd en handen naar het ziekenhuis worden gebracht. De bal ging na een korte onderbreking weer aan het rollen en de wedstrijd eindigde met een 2-0 overwinning, maar de rivalen uit Hasselt grepen de ontploffing op Staaien wel nog aan om klacht in te dienen. Daarbij werd verwezen naar het reglement dat stelde dat een wedstrijd niet meer hervat mocht worden als die langer dan tien minuten had stilgelegen, maar Sporting Hasselt haalde uiteindelijk zijn slag niet thuis en de eindstand bleeft behouden.
Een jaar later kreeg Staaien, met dank aan de businessverening Club ’86 voor het eerst een elektronisch scorebord. De traditionele ‘bordjesman’ werd dus vanaf dan technisch werkloos. Verdere vernieuwingen volgden dan weer na de promotie van S.T.V.V. naar eerste klasse in 1987:
herstellingen, aanpassingen van de staan- en zittribunes met compartimentering, een stabiliteitsstudie, verbeteringen aan toegangs- en vluchtwegen, aanpassingen aan verlichting, noodverlichting en de sanitaire installaties. Alles werd aangepast en verfraaid voor een kostenplaatje van grosso modo 12 miljoen Belgische franken exclusief BTW. De grootste aanpassing was echter de omheining van het veld. Die werd geplaatst in aanloop naar de topper tegen Club Brugge in oktober 1987. Bij de eerste risicowedstrijd van het seizoen stond er voor het eerst een afrastering tussen de tribunes en het veld.
De stabiliteitswerken bleken trouwens niet voldoende bestand tegen het enthousiasme van de Truiense fans, die na 13 jaar tweede klasse het voetbal op het hoogste niveau opnieuw verwelkomden met een zuiderse sfeer. De tv-camera’s die op een platform centraal boven in de zittribune stonden, dansten mee op het ritme en zorgden ervoor dat de kijkers van Sportweekend in de voetbalsamenvattingen van het weekend trillende beelden te zien kregen bij elk doelpunt van S.T.V.V.
Medeverantwoordelijk voor zoveel pandemonium waren de zogenaamde ‘platenkloppers’ van Staaien. Zij zetten een decennialange traditie voort door met overgave te bonken op golfplaten aan de achterkant van de zittribune om hun hun ploeg mee aan te jagen en elke ST.V.V. goal te vieren, maar veroorzaakten ook heel wat trillingen waar de Tv-camera’s niet tegen bestand waren. Het lawaai dat het publiek op Staaien maakte, zorgde er ook voor dat S.T.V.V. thuis een moeilijk te kloppen ploeg was en dat men weer sprak over de Hel van Staaien.
Na de promotie zocht men bij S.T.V.V. aan het eind van de jaren tachtig na lange tijd nog eens naar een manier om de capaciteit uit te breiden en dus begon men bij aanvang van het seizoen 1989-1990 aan de bouw van een nieuwe zittribune boven de staanplaatsen aan de spoorwegkant. Die werd ASLK-tribune gedoopt omwille van de steun die deze financiële instelling verleend had aan het project. Na de constructie bleek trouwens dat één van de zuilen 60 centimeter op het grondgebied van de spoorwegen stond, zodat de situatie moest worden geregulariseerd, maar uiteindelijk werden de 800 nieuwe zitplaatsen in gebruik genomen bij de thuiswedstrijd tegen Anderlecht op de 10e speeldag op 30 september 1989. Het scorebord verhuisde door de installatie van de nieuwe tribune van centraal achteraan aan de gradins naar de zijkant tussen de ALSK-tribune en de overdekte staantribune in de lengte van het veld. De nieuwe tribune zou later in de jaren ’90 nog omgedoopt worden tot Jonagoldtribune en rond de eeuwwisseling een plaatsje in de geschiedenis opeisen als de plek waar op initiatief van de S.T.V.V.-fans de sfeer op Staaien nieuw leven werd ingeblazen.

